De tiende van mei 2004
en als ik het uitschreeuw
hoor je me dan
Lieve Heer
het lijkt zo zinloos
zo oeverloos laf
ik laat het bidden maar
ooit heb ik het geleerd
op mijn knietjes voor mijn bed
ik bekeek devoot de engeltjes
op het vergeeld portret
grijnslachen nu de vroegere gedachten
proef ik heimwee , ruik ik weeëngeur
helaas, ik belandde op het bosbeemdgras
en verf nu in hun schaduwkleur
en toch
als het weent van binnen
Erna